Modulair werken heeft een eigen taal, binnen RulePro en vaak ook bij maakbedrijven. Posities, interfaces, modules, varianten en attributen. Als engineering en verkoop die taal delen, bouw je een productmodel waar je jaren mee verder kunt. We leggen het uit met twee beelden die iedereen begrijpt: een puzzel en een werkbank.
Zie het product als een puzzel

Het lege vak is de positie. Die ligt vast en wacht op een puzzelstuk. De vormen aan de randen vormen samen de interface. Passen die, dan past elk stukje dat zich aan die vorm houdt. Het stukje is de module, en er passen meestal meerdere stukjes op hetzelfde vak: alternatieven en varianten. Een stukje mag zelf weer een kleine puzzel zijn. Modules mogen modules bevatten, zolang ook daar de aansluitafspraken vastliggen.
Vijf lagen, een taal

Tip: hoe herken je een module? Heeft een onderdeel een eigen functie en een duidelijke aansluiting op de rest van het product? Dan is het waarschijnlijk een module. Een aandrijfeenheid die op een machineframe wordt gemonteerd, is bijvoorbeeld een module. Kleur verbindt niets, dat is een attribuut. Zo voorkom je dat alles een zware module wordt. Deze keuzes vragen in het begin oefening. Juist daarom helpt een gedeelde producttaal.
De positie ligt vast, de module wisselt

De interface hoort bij de positie, niet bij de module. Elke module die de interface volgt past erin, ook de module die je volgend jaar pas bedenkt. En let op het brede stukje dat twee vakken tegelijk claimt. Zo'n brede lade is alleen kiesbaar als links en rechts allebei vrij zijn. Een configurator bewaakt dit soort spelregels consequent. Een engineer of verkoper kan ze in een druk offertetraject over het hoofd zien.
Leg de aansluitafspraken vast

Aansluitafspraken zijn geen functie van RulePro, maar een werkwijze voor engineering. Leg per aansluiting vast wat moet passen: bijvoorbeeld maatvoering, bevestiging en randvoorwaarden. In RulePro leg je vervolgens de keuzes en regels vast die daaruit volgen. In een interfaceregister krijgen de afspraken een status, versie en eigenaar. Wijzigen gebeurt via een nieuwe versie met een impactcheck.
Wie levert de waarde van een attribuut?
De positie eist dat een bezette breedte gemeld wordt. De module belooft dat zijn uitvoeringen dat doen. Maar het echte getal komt van de variant. Daar liggen de maten vast. Globale attributen (zoals buitenkleur) leg je eenmalig vast. Gemarkeerde delen lezen mee en een bewuste override blijft mogelijk.
Kleur blijft een eigenschap in het model. Wil je ERP per kleur een eigen artikelcode? Prima, het systeem genereert die op ordermoment. Het punt is niet dat die code niet mag bestaan, maar dat je engineer hem niet meer met de hand maakt.
Van als-dan-regels naar een attribuut

Voorbeeld werkbank. De plint moet passen bij wat er aan zijn kant onder hangt. Naïef wordt dat een web van als-dan-regels dat bij de tiende module onbeheersbaar is. De schone aanpak werkt anders. Elke module meldt een waarde aan zijn positie (de bezette breedte), en elke plint leest alleen zijn eigen kant. Links een blok van 300 mm? Plint links = 3.000 − 300 = 2.700 mm. Nieuwe module volgend jaar? Die meldt alleen zijn breedte. Nul nieuwe regels.
Pak afhankelijkheden in deze volgorde aan. Ontwerp ze weg, bijvoorbeeld met een lengte en een vulstuk. Leg ze anders vast in de aansluitafspraken. Voeg pas als laatste een beheerde spelregel toe, met eigenaar, versie en reden.